Beslagen…

“Heb je pijn .. is alles goed? Is je fiets oke?”.. Mijn lief kijkt me meelevend aan en helpt me uit mijn jas..  Met tranen in mijn ogen kijk ik hem aan “Ik ben oke.. vreselijk geschrokken maar alleen m’n rechterbil doet pijn van m’n zadel.” .. ”Het zal er vast komisch uit gezien hebben voor die jongens”.. Zegt m’n lief.. “Zo’n vrouwtje die recht op de auto af fietst en vervolgens bibberend in de heg beland!”..

Ik voelde me de allerlompste koe van ‘t westelijk halfrond. Om het plaatje even te schetsen… een straat in een woonwijk met in het midden een hele grote auto met hele felle koplampen.. en ik op de fiets. Het miezerde wat tot gevolg had dat mijn brillenglazen drijfnat waren.. dat in combinatie met de felle koplampen van de auto zorgde voor een verblindend effect. ‘Ik kan er nog net omheen’  ging er door mijn hoofd. Met een behoorlijk vaartje (ik wilde graag TVOH kijken) wilde ik langs de auto.. op het moment dat ik al zo ver was dat ik de koplampen niet meer zag en het verblindende effect weg was zag ik in een waas dat de autodeur wijd open stond. Het was vervolgens een kwestie van de welbekende ’fractie van een seconde’… ik gooide mijn fietsstuur om……. en belandde in de heg.
Beduusd keek ik op en keek recht in het verbaasde gezicht van een jonge jongen.. “Je moet wel opletten he” zei hij betuttelend. Achter hem verscheen het blije gezicht van nog een jonge jongen. Ik probeerde door mijn natgeregende bril van de een naar de ander te kijken…  ”Maar ik lette op!” piepte ik verbolgen..
Ik keek om naar de auto en zag daar op de bijrijderstoel schimmen van nog zo’n jong lachend ventje zitten. De situatie was ronduit vernederend.. sta je dan.. in de miezerige regen als een halfblinde mol je moederfietsje uit een heg te trekken.. en een beetje hulp kon er niet vanaf! Ik trok mijn fiets los en raakte de auto..’Kut’… maar de jongens leken het niet door te hebben. ”Zo’n autodeur hoort ook dicht en niet open!” Snauwde ik ze wanhopig toe voor ik op mijn fietst stapte en met een piepend wiel mijn weg naar huis vervolgde.
Thuis zette ik mijn fiets in de tuin, trok een takje heg uit mijn fietsmandje en ging met de bibbers nog in mijn benen naar binnen. Ik stortte me in de troostende armen van mijn  lief.. “Jezus wat was dat errug man!!”..

Als ik ondertussen iets geleerd heb is het wel dat water en een bril niet goed samen gaan.. wat een ellende! Als mijn lief vanuit de badkamer roept dat hij klaar is met Maxje douchen trek ik het kleine jong op de tast uit zijn armen.. “Zet hem dan ook af!” m’n lief klinkt een beetje boos.. “Ja maar lief.. dan blijf ik dat ding op en af zetten.. en ik denk er ook gewoon te laat aan!”..  Als de vaatwasser z’n werk net gedaan heeft trek ik hem open met gestrekte armen maar dan nog slaat de warme damp keihard toe. Mijn pannen doe ik ouderwets met een borstel en een sopje.. en tegenwoordig op de tast. Net als het inschenken van een kopje thee… en zelfs het drinken van een kopje thee.

Ik heb me nooit gerealiseerd hoe vaak een bril kan beslaan. Vanuit de kou de warmte in.. en zelfs als je buiten in de kou op een bepaalde manier uitademt beslaat de bril. Alles waarbij je heet of kokend water gebruikt zorgt voor irritante dampen en de regen..sja.. de regen is gewoon levensgevaarlijk.
Zonder bril is geen optie meer.. als ik hem nu afzet is de wereld te wazig. Maar ook met bril zijn er genoeg momenten dat ik het allemaal even niet meer zie.
“Ben je al gewend aan je bril?” Het wordt me met regelmaat gevraagd. Meestal antwoord ik met een jawel hoor.. maar als ik eerlijk ben.. eigenlijk nog niet.. en ik vraag me af of het ooit zal wennen. Misschien toch eens lenzen gaan proberen…