Dag Mama, Schrijfsels

3. Glitters

“Mam.. wat wil je eigenlijk aan in de kist?”
Het is zaterdagochtend.. niet te vroeg.. want ook als je net te horen hebt gekregen dat je letterlijk doodziek bent begint je dag niet te vroeg.
“Ach meis.. maakt me niet uit.. doe maar wat als t zo ver is..”..
“Mam..”.. mijn stem slaat over.. tranen in mijn ogen. “Ik wil het graag samen beslissen.. als we het nu niet doen moet ik het straks zonder jou beslissen en er gaat al zo veel op me af komen.”
“Ja mop, je hebt gelijk.. doe maar iets van een rood truitje dan.”
Ik vind 3 rode truien in haar kast.. ik neem ze mee. Ze zit op haar plekje aan de keukentafel.. voorover gebogen.
“Heb je een voorkeur mam?”
“Nee hoor, kies jij maar.”
Ik bekijk de truien.
“Dan kies ik deze.. deze heeft glitters.. dan lig je er nog een beetje feestelijk bij in je kist..”
Ze glimlacht..

“Met?”
“Met?”
“Ja met wat? Of wil je in je blote gat liggen?”
“Oh.. met een zwarte broek..”
“Ok… voorkeur?”
“Nee hoor…”
“En een vestje?.. je draagt altijd zo graag vestjes.”
“Ja.. doe maar een zwart vestje ook dan.”

Veel

Ik duik haar kast weer in.. goh wat heeft ze veel kleding.. maar dan echt heel veel. Het is eigenlijk vooral veel van hetzelfde in veel verschillende kleuren. Ze droeg truien of t shirts.. en over haar trui of shirt vaak een vestje met of zonder mouwen. Haar broeken maakte ze zelf, gewoon standaard rechte broeken. Ik vind wel 5 zwarte… ik zie het verschil niet tussen de een of de ander. Ik pak 1 broek.. hou hem voor me.. ok.. prima.. deze dus.

Alles ligt en hangt soort bij soort. Mijn moeder was georganiseerd. De vestjes hangen in het midden van de kast.. ik zie meerdere zwarte, ik twijfel tussen twee. Deze wordt het! Ik hang de andere terug.. om nooit meer gedragen te worden.

Ondergoed! Ik trek wat lades open, ik pak een onderbroek, bh en hemd.. ik vind ook nog panty kousjes. Schoenen zullen wel niet nodig zijn.
Op de stoel in haar slaapkamer leg ik de kleding neer. Ik maak een net stapeltje met bovenop als kers op de taart de panty kousjes.

Schuldig

Ik kijk naar het kledingtaartje. Een schuldgevoel bekruipt me. Ben ik niet te voortvarend.. om nu een dag na het slechte nieuws al kleding voor in de kist uit te zoeken? Wat als ze nog maanden leeft? Zo lijkt het bijna wel alsof ik dr dood wil.. zo van hup je gaat dood dus laten we t gelijk maar regelen ook dan. Ik voel me zo verdrietig.
Het is niet of ik de kleding wil uitzoeken. Maar ik moet wel, want straks is ze ineens dood en dan hoef ik hier tenminste niet meer over na te denken. Alles wat ik nog in overleg met haar kan doen is beter.

Verward loop ik terug naar de keukentafel met het idee dat ik de kleding straks ook gewoon weer terug kan leggen.

Ik ga tegenover mijn moeder aan tafel zitten.. ze kijkt me aan. Helder blauwe ogen heeft ze, net als mijn middelste. Die lijkt zo ontzettend op haar vaders kant van de familie maar die helder blauwe ogen die heeft ze toch maar mooi van mijn moeder.

Ik kijk terug in haar blauwe ogen en kan er gewoon niet omheen.. in haar ogen zie ik haar naderende dood. Ik voel iets wat lijkt op opluchting.. haar kleding voor in de kist ligt klaar.