Dag Mama, Schrijfsels

5. Hilversum

Het bezoekuur is begonnen, pap en ik lopen door de lange gang. Aan het einde van de gang links is haar kamer.
Ze ziet ons de kamer inkomen en begint te huilen.. “Ze hebben me in een bed gelegd!..”
De tranen biggelen over haar wangen.. het breekt mijn hart haar zo te zien. Hoe kan dit toch, hoe kunnen ze haar dit nou aangedaan hebben! Luistert er nou helemaal niemand naar haar?
De rollen zijn zo ontzettend omgekeerd, mijn arme arme moedertje die in een ziekenhuisbed ligt te huilen dat ze naar huis wil. Ik voel me boos. Ze zit er als een zoutzak bij en is zelf niet in staat haar houding te veranderen. Ik help haar om wat rechter te gaan zitten en klop het kussen op. Als een soort schildpad op haar rug hangt ze in dat bed. Ze voelt zich zo ongelukkig.

De familiekamer

Ik loop de gang in om te zoeken naar een verpleegkundige. “Is er nou nergens in dit hele ziekenhuis een comfortabele stoel voor mijn moeder te vinden?!” vraag ik. De verpleegkundige zegt dat dat echt niet zomaar kan.. een stoel verplaatsen en in haar kamer zetten. Ik word er niet gezelliger op.

Omdat moeders haar kamer zich aan het einde van de gang bevindt ligt ze naast de familiekamer. En in die familiekamer bevinden zich een stoel en een bank! Prima, doen we het zo!
We verhuizen mama naar de familiekamer, weg uit dat klotebed! Ze probeert het hoekje van de bank en de stoel uit en kiest voor de bank. Helemaal rechts op de bank met haar rechterarm op de leuning en haar linkerarm ondersteund met het hoofdkussen uit haar bed zit ze er naar tevredenheid bij. Ik rij de po-stoel uit haar kamer de familiekamer in en breng haar haar spulletjes. Haar leesbril, een pen, een notitieboekje, een puzzelboekje waar ze niet meer in puzzelt en haar telefoontje. Ze mist haar pepermuntjes, thuis vergeten. Maar geen nood, uit mijn jaszak vis ik smintjes tevoorschijn. Een glimlach verschijnt, ze is dankbaar en heel even gelukkig.

Een ieder die van de familiekamer gebruik wil maken heeft nu even pech, mijn moeder zit hier!

Rust

De volgende ochtend belt ze me op.. vanuit een sta op stoel! Laat in de avond werden de diensten overgenomen en is er een verpleegkundige geweest die een prachtige sta op stoel heeft geregeld! Het kan dus toch! Het was gewoon een kwestie van mee willen denken.

Het bezoekuur is begonnen, pap en ik lopen door de lange gang. Aan het einde van de gang gaan we links haar kamer in. Het bed is aan de kant geschoven, ze zit in een sta op stoel met naast zich een po-stoel en tegenover zich haar rollator met haar spulletjes. De verpleging geeft haar strikt op tijd de juiste dosis medicijnen en dat lijkt te werken, er heerst nu rust. Het kost me minder moeite dan de dag er voor om haar achter te laten.

Vastberaden

22 april.
Voor de derde keer lopen pap en ik door de lange gang, op weg naar mama. Alles lijkt onder controle. Mama voelt zich iets beter nu ze de juiste dosis op gezette tijden krijgt. Ik spreek met de verpleging en hoor dat ze morgen naar huis mag. Maar Mama is het daar niet mee eens. Als het morgenochtend kan, kan het ook nu! Mijn vader staat haar hierin bij, hij wil niets liever dan zijn vrouw weer meenemen. Ik ben er niet van overtuigd dat het een goed idee is.

Er moet nu ineens van alles geregeld worden, een transferverpleegkundige moet er aan te pas komen en er moet medicatie opgehaald worden terwijl de apotheek in de hal beneden bijna sluit. Maar pa en ma zijn vastberaden, ze gaat nu mee! Weg is de rust, de stress doet zijn intrede weer.
Anderhalf uur later rij ik met de twee oudjes weer richting Huizen.

Het voelt alsof ik even boven water kon komen om naar adem te happen maar inmiddels weer aan het verzuipen ben.