Dag Mama, Schrijfsels

9. Onsterfelijk

Men zegt dat als je dood gaat je leven aan je voorbij flitst. Ik kan inmiddels concluderen dat dat ook kan gebeuren als je moeder sterft.

Vanaf het moment dat het oordeel, dit ziet er echt heel heel slecht uit, geveld was flitsten er beelden van mijn moeder in mijn hoofd. Ik ben een beelddenker, ik doe alles in beelden! Soms onwijs leuk, of grappig, soms onwijs zwaar.
In de beelden vloog ik terug in de tijd, mijn jeugd schoot aan mij voorbij. Hoe kan mijn moeder nou doodgaan, ze was toch onsterfelijk?! Als klein meisje dacht ik niet na over de dood, over dat je een ouder kunt verliezen. Daar doen kinderen niet aan, zelfs als de ouder van 1 van je vriendinnen is overleden is die van jou onsterfelijk.

Met kinderlijke onschuld kijk je naar je alleskunnende oersterke ouders, je grote voorbeelden.

Een rood geruit dekentje

Ik zie mezelf op de bank liggen. Als ik ziek was of pijn had lag ik onder een rood geruit dekentje op de bank. En als er nachten waren waarin ik niet kon slapen vanwege ziekte of pijn zaten mijn ouders omstebeurt naast me op de bank. Ik zie aan mijn voeteneind mijn moeder zitten, machteloos.. het kind had pijn. Haar hand op mijn been, meer dan er zijn kon ze niet doen. Het rood geruite dekentje is misschien wel 1 van mijn meest dierbare ersftukken, het rood geruite dekentje is liefde.

Ik zie mijn moeder zitten, met d’r accordeon, achter d’r naaimachine. Ze staat in de keuken in een pan tomatensoep te roeren, ze bakt een appeltaart.. en ik mocht op het aanrecht zitten en kreeg een bolletje overgebleven deeg nadat ze de stroken deeg kruislings op de taart had gelegd. Ze zet haar zelfgemaakte eiersalade met toastjes op tafel.. wat vond ze het fijn.. als iedereen er was. Ik zie haar vertrouwde bakkie koffie in haar hand, kan het zelfs ruiken! Ze stapt de caravan uit, heeft haar zonnebril op en haar slippers aan. Ze zit met een trommel koekjes naast zich voor de televisie, genietend van ‘Op volle toeren’.
Met de landkaart op schoot dommelt ze in slaap terwijl mijn vader ons op goed geluk naar de camping rijdt.

Ik weet nog exact wat voor kleding ze graag droeg, welke sieraden ze omhad en hoe ze rook. Mijn moeder haar glimlach staat voor altijd in mijn geheugen gegrift.

Een herinnering

De beelden stoppen vroeg in de ochtend op maandag 3 mei. Ze lag vredig in haar bed voor het raam. Door de zacht beige gordijnen heen was de zon al aan haar dag begonnen. Buiten draaide iedereen gewoon z’n rondje in de mallemolen mee.
Toen ik binnen kwam voelde ze nog warm, maar elke keer als ik over haar wang of hand streek was ze weer wat kouder. Haar ziel trok uit haar lichaam en nam haar aanwezigheid mee.

Vanaf nu moest ze voortleven in de hoofden van zij die ze achterliet, ze was niet meer dan een herinnering geworden.

Het bonnetje van de boodschappen

In mijn hoofd was mijn jeugd vervangen door de recente beelden. Ik zat niet meer op het aanrecht bolletjes deeg te snoepen.. maar ik pakte haar stervende hand en gaf haar nog een oxycodonnetje.
Ze zat niet meer aan mijn voeteneinde over mijn benen te aaien, ik stond aan haar bed samen met de thuiszorg haar luier te verschonen.
Geen feest meer met haar accordeon in haar armen maar ze houdt zich halfnaakt en met tranen in haar ogen van de pijn krampachtig vast aan het röntgenapparaat.
Ze zat niet meer achter haar naaimachine, ze zat in een rolstoel, verloren.. op de eerste hulp.

Ik zie hoe de huisarts haar stethoscoop op mijn moeders borst drukt en de wanhoop in de bijna blinde ogen van mijn vader. Ik zie haar in haar sta op stoel, voor zich uit starend. Dat haar voeten de grond niet raakten had ze niet eens meer door.

Ik zie mama, ze zit voorover gebogen aan tafel met in haar handen het bonnetje van de boodschappen.

Maar ik zie vooral die lege stoel. Mama is dood.